22 mei 2018
Delta Cycling

Rens Tulner, fietsend op ontdekkingsreis

Op een koude februarimiddag fietsen Rens Tulner en ik, Mark van der Linden, een rondje door de Alblasserwaard. “Dit is het rondje dat we vroeger met Jan van Arckel in de winter altijd reden. Een minuut of vijftig duurt het als we een beetje doorfietsen.” Doorfietsen deden we graag vanwege de strenge winterkou. In de tussentijd vertelt Rens mij over hoe zijn liefde voor het fietsen begon, zijn afgelopen seizoen en de fietsdromen en uitdagingen die voor hem liggen  

TEKST MARK VAN DER LINDEN › FOTO HENRI SANTING  

FIETSEND OP VERKENNING  

“Een veel gereden traject uit mijn jeugd was van huis naar de sporthal, waar ik eerst op gym zat en daarna vanaf dat ik een jaar of vier, vijf was op voetbal ging. Dat was ongeveer 700 meter fietsen, dus dat deed ik altijd op de fiets. De dikke banden race finishte altijd vlak voor mijn huis. Inschrijven kon via school. We hadden twee basisscholen in Lexmond. Dat waren altijd mooie avonden. Daar heb ik ook voor het eerst een beetje in wedstrijdvorm gereden.  

Via die dikke banden races belandde ik ook bij mij eerste wielervereniging, Jan van Arckel. Zij nodigden me uit, omdat ik op het podium finishte. Toen ben ik met een paar vrienden van mijn school een keer gaan proeftrainen. We kregen een fietsje en een helm van de club. Uiteindelijk bleef ik als enige over. In mijn familie fietst eigenlijk niemand. Ja, een paar ooms die op een enkele zondag een ritje maken voor het plezier. Maar het wielrennen is echt uit mezelf gekomen.  

LEVEN VOOR JE SPORT  

Thuis wordt er qua voeding rekening gehouden met mij als fietser. Er staat altijd gezond en gevarieerd eten op tafel. In het weekend kan er dan natuurlijk wel wat gesnoept worden, maar dan moet ik mezelf wel inhouden. We zijn stiekem wel een beetje snoepkonten thuis, ikzelf ook. Maar ik weet dat het niet goed is en je merkt direct

het verschil als je de discipline niet kan vasthouden. Zeker tegenwoordig als alles gaat om wattage per kilogram en zo. Het komt echt op procenten aan, dan kun je het nergens laten liggen. Je hebt wel eens dagen dat je echt geen zin hebt om te trainen, maar gelukkig komen die weinig voor. Soms heb je wel eens dat je een training doet puur en alleen omdat hij in je trainingsschema staat. Als je dan eenmaal op de fiets zit, is het toch lekker en ben ik blij dat ik het toch doe.  

Op trainingskampen heb ik helemaal geen moeite om op de fiets te stappen. Dan is het echt genieten, zeker ook omdat je met hele leuke gasten aan het fietsen bent. Sport is voor veel mensen leuker als je het samen met anderen kunt doen. Toch train ik best vaak alleen. Bewust. Ik vind het net zo lekker om vijf uur in mijn eentje met een muziekje op te trappen. Als je niet van het fietsen houdt, dan zien mensen het als iets vreselijk saais.  

Mijn vader zegt ook vaak: ‘Ik vind het knap hoe je het doet. Ik ben trots op je dat je vijf of zes uur in je eentje bent gaan trainen.’ Terwijl ik dan denk ‘zo’n opgave is het voor mij niet’.  

DE THUISSITUATIE

Ik zat er pas over na te denken. Ik heb niet iemand waarvan ik denk ‘jou wil ik zijn’. Als ik tegen iemand opkijk, dan zijn het meer mijn ouders. Ik vind het heel knap hoe zij alles klaarspelen. Wij hebben drie jongens thuis en iedereen krijgt maximale ondersteuning om zijn studie of sport te doen. Mijn vader is slechtziend. Toch maakt hij altijd mijn fiets schoon voor de koers. Daar probeer ik hem een beetje van af te krijgen.

Weet je, ik ben nu ook 20. Hij wil dat ik altijd netjes rondrijd. Volgens mij heeft hij vanmorgen speciaal voor dit ritje nog een doek over mijn fiets gehaald, terwijl ik denk ‘hij wordt binnen no-time toch weer vies’. Maar hij staat ook vaak mijn bus te wassen, zodat ik verzorgd bij de wedstrijd aankom. Mijn moeder is thuis de kostverdiener. Zij werkt hard. Echt hard. Ze maakt lange dagen, zodat thuis iedereen de best mogelijke toekomst en zijn droom kan najagen. De laatste tijd besef ik steeds meer dat dat voor hen ook een behoorlijke opgave is.  


HET LEVEN ALS WIELRENNER  

-ML- Een tijdje geleden sprak ik voor ditzelfde magazine met Rick Flens. Hij zei me tijdens zijn carrière al te beseffen als wielrenner in een bevoorrechte positie te verkeren. Niet zo erg als na zijn fietsloopbaan, maar hij zag duidelijk de effort die mensen om hem heen leverden om hem in staat te stellen zich zorgeloos op zijn carrière te richten. -ML-  

Je hoort vaker van mensen buiten het wielrennen dat iedereen buiten het fietsen zo hard werkt en dat jij alleen maar hoeft te fietsen. Het is als fietser ook keihard werken. Heel veel mensen denken dat als je naar Spanje gaat om te trainen ‘oh wat een geluk heb jij’. Tuurlijk is het leuk en een mooie ervaring, maar je betaalt


Mijn vader zegt ook vaak ‘Ik vind het knap hoe je het doet.’ Terwijl ik dan denk ‘zo’n opgave is het voor mij niet.

 

zo’n trainingskamp zelf. Je bent continu aan het trainen of aan het rusten. Je hebt niet even de tijd om een mooi kasteeltje te bezoeken of met je vrienden te karten, om maar iets te noemen. Je zit constant in een soort cocon. Het is natuurlijk heel leuk, maar het is meer dan alleen maar genieten.  

Wielrennen heeft veel teamaspecten, maar ook zoveel individuele aspecten. Er zijn natuurlijk individuele nummers met bijvoorbeeld de tijdritten en aan het einde van een bergetappe ben je ook alleen. Uiteindelijk staat er nooit in de krant ‘Wout Poels helpt Chris Froome aan zijn derde Tourzege’ of ‘Team Sky wint de Tour’, maar ‘Christopher Froome wint zijn derde gele trui’. Zolang dat in de krant blijft staan vind ik wielrennen een individuele sport. Daarbinnen kom je met een goed team wel verder en kun je veel leren.  

Ik heb vorig jaar geleerd dat er heel erg veel goede wielrenners zijn. Dat betekent dat je echt heel hard moet blijven werken wil je de top halen. Maar denk ook aan teamtactiek. Hoe je met het team een plan maakt om een koers te winnen en wat daar allemaal bij komt kijken. Dat zijn dingen die ik van ervaren jongens bij de ploeg, zoals Jan-Willem van Schip, vorig jaar geleerd heb. Dat je ziet met welke instelling hij voor zijn sport leeft en hoe dat vervolgens op een wedstrijddag in werking gaat. Verder heb ik geleerd dat ik het fietsen gewoon ontzettend leuk vind.

Vorig jaar kon ik aan het begin van het seizoen heel erg gefocust zijn voor een wedstrijd. Dan was ik op die wedstrijddag alleen maar met die koers bezig en met weinig anders. Dat moet natuurlijk ook. Dat ebde in de loop van het seizoen een klein beetje weg. Dat is een punt waar ik dit jaar ook beter in wil worden. Om het hele seizoen er constant mee bezig te zijn.  

ROAD AHEAD  

Mijn instelling is dit jaar wat anders. Vorig jaar was alles ook in het begin onzeker. Alles was nieuw. Hoe gaat het dan zijn? Dit jaar gaat dat een stukje ontspannener zijn, omdat je al weet wat er gaat komen en hoe een wielerseizoen in elkaar zit. Naarmate de start van een wedstrijd dichterbij komt neemt ook de spanning toe. Gezonde zenuwen, dat heb ik altijd wel. Volgens mij helpt het me ook wel om scherp aan de start te staan.  

Naast het fietsen studeerde ik Commerciële Economie aan de Johan Cruyff Academy. Dat vond ik altijd wel een lekkere afleiding van het fietsen, maar de studie paste bij nader inzien toch niet zo bij me. Ik vond het gewoon niet leuk genoeg en het werd echt een blok aan mijn been. Ik ben best wel een denker en dan ga ik er over piekeren. Dat kostte me veel energie.

Toen dat me in de weg ging staan met mijn prestaties in de voorbereiding op het nieuwe seizoen heb ik daar met mijn ouders, studiecoach en de ploegleiding over gesproken en besloten om te stoppen met die opleiding. Dat was de beste beslissing, omdat ik er gewoon niet gelukkig van werd. Ik ga nog mijn propedeuse halen en dan hoop ik voor 1 mei een nieuwe keuze te hebben gemaakt. Ik weet nog niet precies wat, maar ik zit te denken aan Voeding & Diëtetiek. Gijs (Meijer, red.) doet dat ook en het lijkt me heel interessant, ook omdat het goed aansluit bij het wielrennen.

Ik wil sowieso wel weer een studie gaan doen en niet niks naast het fietsen hebben. Dat is misschien een maand leuk, maar daarna ben je op dat FIFA-spelletje of Netflix ook wel weer uitgekeken. Ik kan me niet voldoende op het fietsen focussen als ik er niets naast doe. Ook met het stemmetje in mijn achterhoofd dat zegt ‘wat als het nou niks wordt met het fietsen?’. Dan wordt het fietsen misschien te veel een moetje in plaats van dat ik het doe omdat ik het leuk vind. Daarbij is de kans dat jij een van die renners bent die prof wordt natuurlijk niet zo groot. Dat is ook wat de visie van de ploeg is. Niet prof moeten willen worden, maar elke dag een beetje beter willen worden. Je niet blindstaren op dat profcontract.  

DELTA CYCLING ROTTERDAM  

Dat doet de ploeg goed. We maken aan het begin van het seizoen een persoonlijk ontwikkelplan waarin we zelf aan kunnen geven waar we beter in willen worden. Ik bedacht zelf laatst ook dat ik heel blij ben dat dit uiteindelijk de ploeg is geworden waar ik terecht ben gekomen. Ik denk niet dat ik ergens anders beter zou zitten. En dat zeg ik niet omdat ik zelf bij Delta Cycling rijd, maar puur omdat ik zie wat er rond de ploeg allemaal aan ondersteuning wordt georganiseerd. Focus je je als opleidingsploeg alleen maar op die profcontracten, of maak je van het beter maken van jonge renners je doel?


Deel dit artikel: