07 mei 2018
Delta Cycling

Column: Niet minder reistijd, maar meer blijheid en vrijheid (Thalia Verkade)

Goed fietsbeleid draait niet om reistijdwinst en meer efficiëntie, maar om een waardevolle beleving. Als mensen genoegen beleven aan fietsen, dán laten ze die auto staan. Niet als ze zo hard mogelijk moeten: dat win je toch nooit van de auto of trein. Zo zacht als het klinkt, zo hard zou fietsplezier moeten meetellen in fietsbeleid. De slogan is er al: let’s count smiles, not miles.

TEKST THALIA VERKADE
ILLUSTRATIE LEON DE KORT (DE CORRESPONDENT)

Acht jaar geleden fietsten Thalia Verkade en haar vriend een vakantie lang met de wind mee, zonder bestemming of route. Haar verhaal verscheen eerder in De Correspondent. Hieronder lees je een fragment.

We vertrokken op onze stadsfietsen uit Leiden en eindigden in Bremen. Een halve dag door saaie industriegebieden rijden, dan ineens door glooiende graanvelden met kraaien in de lucht en de volgende ochtend wakker worden op een berg naast een autoweg, die vol naaktslakken bleek te zitten: de afwisseling tussen het eentonige, de idylle en het lelijke was om blij van te worden. Door de inspanning sliepen we diep, en tot de laatste dagen hadden we geen idee waar we uit zouden komen. Vrijheid!

Deze blije en vrije belevingskant van fietsen had ik uit mijn werk uitgebannen toen ik als correspondent Mobiliteit ging schrijven over fietsen. Dat was immers een professionele aangelegenheid. Wat ik deze zomer zag: veel fietsbeleidsmakers doen precies hetzelfde. Ze bannen het plezier van fietsen uit hun gedachten. Zoals de Vlaamse parlementariër Dirk de Kort tegen me zei: ‘Als ik voorstel een fietssnelweg door een mooi bos aan te leggen, dan zeggen andere politici, ja maar wacht eens even, dan wordt het recreatie. Dáár is het geld voor fietspaden niet voor bedoeld!’ Maar een fijne rit: daar zou fietsgeld nou juist wél voor bedoeld moeten zijn.

Ben Feringa, die vorig jaar de Nobelprijs voor de Scheikunde kreeg, werd door een journalist gevraagd wanneer hij zijn moleculen verzon. Feringa: “Ik puzzel veel uiteraard. Maar ik geef ook colleges. Ik moet subsidieaanvragen schrijven. Ik heb vergaderingen, discussies met studenten en promovendi. Mijn tijd is beperkt.” Wanneer had hij dan zijn denkmomenten? Feringa: “Op de fiets bijvoorbeeld. Ik fiets elke dag naar mijn werk, van Paterswolde naar Groningen. Dat is veertien kilometer. En ’s avonds weer terug.” Veertien kilometer, precies een afstand waarvoor veel forenzen de auto pakken. Feringa fietst hem en verzint onderweg nieuwe moleculen. De scheikundige kreeg van zijn universiteit een ‘Rijwielplaats gereserveerd voor Nobelprijswinnaars’.

Dat de fiets alleen maar als efficiënt vervoermiddel beschouwen niet alleen onproductief is, maar ook iets moois kapot kan maken, leerde ik van planoloog Marco te Brömmelstroet van de Universiteit van Amsterdam, alias de Fietsprofessor. Dat moois hoeft helemaal geen Nobelprijswinnend idee te zijn. Het kan ook zijn: dat je naast elkaar kan rijden, een beetje kan slingeren en opeens kan afstappen om bramen te plukken. Niet minder reistijd, maar meer vrijheid en blijheid: dat is wat mensen doet besluiten om de fiets te nemen, in plaats van de auto. Voor een mooie groene route zijn ze bereid om te rijden, toont onderzoek aan. Te Brömmelstroets collega Meredith Glaser heeft de perfecte slogan voor beleidsmakers die hier een punt van willen maken. Let’s count smiles, not miles.

De Rotterdamse Thalia Verkade schreef in 2017 twee maanden over Fiets vs. File. Met behulp van vragen en kennis van lezers onderzoekt ze als correspondent Mobiliteit de toekomst van onze mobiliteit in de stad. De volledige versie van dit verhaal is terug te lezen op corr.es/smiles

Deel dit artikel: